Rapporteren over duurzaamheid

Als samenleving staan we voor de enorme opgave om onze planeet leefbaar te houden. Voor bedrijven en instellingen betekent dit dat zij maatschappelijk verantwoord ondernemen als kern van hun strategie moeten maken om daarmee hun negatieve impact op de planeet zo klein mogelijk te maken. En hierover moeten gaan rapporteren.

Voor duurzaamheidsrapportage zijn diverse internationale standaarden ontwikkeld en er is vanuit de Europese Unie een nieuwe standaard in ontwikkeling.

Nieuwe Europese rapportage standaard
In april 2022 heeft de Europese Commissie het voorstel voor de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) gepresenteerd. Deze regelgeving verplicht bedrijven te rapporteren over de milieu- en sociale impact van hun activiteiten. Dit betekent dat grote organisaties over het boekjaar 2024, dus in 2025, van ‘Europa’ verplicht moeten gaan rapporteren over hun duurzame beleid en prestaties. En deze rapportage moeten laten toetsen door een accountant.

Organisaties moeten vroeg of laat allemaal de transitie maken naar een duurzaam business model en dus is deze verplichting een steuntje in de rug of liever een stok achter de deur om in actie te komen.

Er is gekozen voor een aparte Europese taxonomie met een eigen structuur, definities en terminologie. De (voorlopige) taxonomie bestaat uit een set van 15 ‘working papers’.

Wereldwijd erkende rapportage-standaarden voor duurzaamheid
De keuze voor een aparte Europese taxonomie is opvallend. Immers, er bestaan al jarenlang diverse rapportage standaarden voor duurzaamheid die met wereldwijde consensus tot stand zijn gekomen. Bijvoorbeeld ISO 26000 en de Global Reporting Initiative (GRI). Ook zijn er nog de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDGs) waar organisaties zich aan conformeren.

Enkele wereldwijd erkende standaarden voor de rapportage over duurzaamheid op een rij:

  • ISO 26000 is een wereldwijde standaard voor MVO die in 2010 tot stand is gekomen op basis van internationale consensus tussen 99 landen en diverse NGO’s waaronder de International Labour Organization (ILO), de OECD Guidelines en het Ruggie Framework van de VN.
    De Zelfverklaring ISO 26000 bestaat uit een (zelf)verklaring van de bestuurder en een onderbouwende rapportage (transparantietrede 1) of antwoorden op 40 vragen (transparantietrede 2), beide eventueel uitgebreid met een Prioriteitenmatrix waarin een organisatie de relevantie, significantie en prioriteit van de door haar geselecteerde duurzame onderwerpen beschrijft (transparantietrede 3). Verrijk de  Zelfverklaring ISO 26000 door tevens de voor uw organisatie relevante Sustainable Development Goals te adresseren.
  • Global Reporting Initiative (GRI); kent twee rapporteringsmogelijkheden:
    • Core optie (kernachtige optie): Deze rapporteringsoptie bevat de essentiële elementen en geeft de nodige achtergrond mee waartegen de organisatie zijn economische, ecologische en sociaal-maatschappelijke prestaties en impact afzet. Core duurzaamheidsverslagen rapporteren over de managementbenadering, alsook minstens één indicator per materieel (meest relevant) aspect.
    • Comprehensive optie (uitgebreide optie): De Comprehensive rapporteringsoptie vergt bovenop de core informatie bijkomende informatie over de strategie, bestuurs-structuur, ethiek en integriteit van de organisatie. Comprehensive duurzaamheids-verslagen rapporteren alle indicatoren per materieel (meest relevant) aspect.
  • Geïntegreerd Jaarverslag; het reguliere jaarverslag én duurzaamheidsverslag op basis van bijvoorbeeld ISO 26000, in één geïntegreerd rapport.
  • Vanaf het boekjaar 2024 verplicht de Europese Unie om organisaties van een bepaalde omvang te rapporteren over duurzaamheid. Het betreft de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).
    De CSRD heeft het dubbele materialiteitsprincipe als basis. Dubbele materialiteit gaat over de belangrijke duurzaamheid-gerelateerde risico’s en kansen die een organisatie van buiten af op zich ziet afkomen, zoals water- en droogteschade, reputatierisico’s of CO2-heffingen. Dat wordt vaak aangeduid als ‘outside-in’: de (financieel) materiële impact op de organisatie. Aan de andere kant gaat het over de (potentiële) impact, positief of negatief, die de organisatie zelf heeft op mensen en milieu. Denk aan schade aan biodiversiteit, mensenrechtenschendingen of een positieve bijdrage aan het oplossen van het wereldvoedselprobleem. Dit perspectief heet ‘inside-out’.

Meer weten over de verschillende manieren om te rapportren over duurzaamheid? Vraag dan het (gratis) ‘White paper Rapporteren over duurzaamheid‘ aan via: info@constantis.nl.

Een bericht ontvangen als er een nieuwe blog van Lex Eschauzier gepubliceerd wordt?
Geef je hier op!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.